Inburgeren. Olé olé olé oléej! Deel 12.
juni 21, 2010 | KHet is mij een raadsel dat de Hagenees niets heeft met Carnaval maar net zo raar verkleed gaat als er een potje voetbal gespeeld moet worden.
Het is mij een raadsel dat de Hagenees niets heeft met Carnaval maar net zo raar verkleed gaat als er een potje voetbal gespeeld moet worden.
Ik fietste vandaag naar de stad. Op deze droge zondagmiddag, terwijl de zon af en toe door de wolken piepte, genoot ik op voorhand al van het idée dat je op zondag kon shoppen. Of windowshoppen. Het maakte wat dat betreft niet eens zoveel uit.
In Brabostad is alles op zondag dicht. Álles. Er is geen mogelijkheid om bij de H&M naar binnen te wandelen, een kop koffie te drinken bij de Bijenkorf of schoenen te kopen bij Invito. Tenzij er een keer een afgesproken koopzondag ingelast wordt waardoor heel Brabostad zo blij is als een kind en massaal naar buiten stroomt om te winkelen. In Brabostad is gewoon alles dicht op zondag. Álles.
Ik had natuurlijk hier daarom niet verwacht dat de kapper wél gesloten was. Zo’n wereldse stad als Den Haag (zoals NY/ DH, maar dan anders) heeft toch zeker wel álles open? Ik bedoel, hallo?
Ik begrijp best dat men wil uitslapen, wil lummelen en in hun huisbroek wil lanterfanten maar ik bedoel, als álles open is op zondag, in Den Haag, dan verwacht ik ook naar de kapper te kunnen.
(foto gemaakt door Steven van Wel.)
Het is natuurlijk bekend hoe Brabo’s prôaten. Dâh is nieh um ân te hôruh! Maar de Hagenees kan er ook wat van! Als de Brabander de Haagse harde GGGGGG probeert na te doen zijn in heel brabostad binnen no time de pottertjes uitverkocht.
Ook de ‘rrrrr’ rolt in het Haagse niet echt lekker in de bek. De Haagse rrr verliest totaal zijn kracht als het samenvalt met andere letters. Zoiets als ‘Ik ga naar mijn werk’ is in het Haagse: ‘Ik heb geen werruk’ of ‘Ik ga werwwwken.’ Maar da’s weer hoe het pleinvolk spreekt. Ook het goed uitspreken van de ‘ui’, de ‘oo’, ‘au’ en ‘ei’ is bijna onmogelijk. En hij heb en hebbie um. Als de Hagenees klaagt: ‘Ik voel me stront beroeggggt’ zou de Brabander zeggen: ‘Gêh moet nieh mauwuh!’ En hoe goed de Brabander ook probeert, het lukt hen niet de Hagenees na te doen. Daarom specioal vur de Brabo’s in het Haagse, deze spoedcursus:
Nâh, was dat effe moejelèk
Stond ik gisteren zowaar in een snackbar omdat ik een frietje pindasaus wilde. In het kleinste snack winkeltje van Den Haag, a.k.a ‘Je kunt je kont niet keren’ zag ik tot mijn grote verbazing een Supertje staan! Ik besloot de gebrekkig Nederlands sprekende man eens aan een diepte interview te onderheven. Ik kwam bedrogen uit. De Super, of het Supertje, in het kleinste winkeltje van Den Haag (like ever) was geen frietje en snack in één bakje. Het was gewoon extra!
Wil je weten wat het Supertje is? Check deze blogpost. Volgende keer ga ik wederom op zoek naar een snackbar met ‘t Supertje, en anders gooi ik er een petitie tegenaan. Mogen jullie allemaal dit ontzettende geniale initiatief eens stevig gaan ondertekenen!
Gisteren was er een verjaardag in het zuiden des lands en dus tuften wij met z’n allen naar de verjaardagsvisite. In Brabant zijn ze slimmer dan je verwachten zou; in elke snackbar in de Brabantse omgeving heb je de mogelijkheid een supertje te bestellen. Dat ze in Den Haag en omstreken dáár nog niet achter zijn vind ik best wel lachwekkend.
Komende weken maak ik me hard voor het Haagse Supertjes Concept. Het kan mij verder niets schelen dat het Kabinet uiteindelijk na heul veul wankelen alsnog gevallen is. Er zijn belangrijkere zaken in deze roerige tijd. Voor maar € 2,40* heb je in Brabant een bak friet mét een frikandel speciaal. Of ge kunt een supertje kroket bestellen, supertje bal, supertje bamischijf, supertje nasischijf, supertje speciaal speciaal, supertje groot, supertje saté, supertje …
*bij snackbar Van der Schoot in Oss.
Ik mokte afgelopen week een heul klein bietje. Vorig jaar stonden wij, verkleed en wel, in de Groene Engel in Oss te genieten (nou ja, ik in iedergeval wel) van al dah Carnavalsgedoe. Dih joar guh ‘ut nieh dur. … Ik stelde nog vür om dan in iedergeval een Carnavalskraker te maken met de titel: ‘Bende gij helemoal betwitterd!’ maar dah guh oak al nieh dur. We doen het maar met de Carnavalsherinneringen van vorig joar. …
En ja, ik wit oak wel dah ze in het Haagse Carnaval náah lopuh te doen, moar deh is nieh utsellefde!
Het begint me steeds beter te bevallen, die goedlachse vrolijkheid elke dag. Daar in het Zuiden Des Lands, waar ze alleen vrolijk lijken te worden na een biertje of wat, zijn ze maar knap sjaggerijnig overdag.
Het voordeel van mensen buiten die sjaggerijnig zijn, en dus niet met je praten laat staan een ‘goeiemorgen’ of ‘hallo’, is dat je altijd op tijd ergens anders arriveert. Wat bedoel ik daarmee? Nou, als ik naar een afspraak moet en ik moet er om elf uur zijn en ik calculeer dat ik een minuutje of vijf bezig ben van voordeur afsluiten, met de lift naar beneden, lopend naar de schuur, schuurdeur open, fiets eruit, schuurdeur dicht, dan is het in het Haagse zo dat je daar steevast een minuut of tien aan vast moet plakken. Onderweg weet je namelijk maar nooit wie je tegenkomt en áls je iemand tegenkomt loop je het risico dat er een verhaal aan je wordt opgehangen, of je nu wilt of niet.
Hagenezen (Hagenaren?) zijn over het algemeen makkelijke, relaxte mensen. Ook hebben zij tijd zat.
Het viel me privé al op, maar het bleek in alle hoeken en gaten te zitten; als een Hagenees gaat opstappen, weggaat, dan betekent dat niet per definitie dat hij dan ook daadwerkelijk gaat. In iedergeval zie ik een patroon. Misschien duurt het dan nog zeker een kwartier tot half uur, als het niet nóg langer is, voordat de Hagenees ook écht weg ís.
Ik zal uitleggen hoe een Zuiderling na een gezellig etentje, of bij een visite of gewoon even al pratende met iemand zegt dat hij/zij moet gaan. Dan zegt de Zuiderling: ‘Ik moet nu gaan.’ Vervolgens pakt hij/zij de jas, tas, staat op en zegt: ‘Houdoe!’ en loopt naar de deur en is verdwenen. Een Hagenees gaat daar … op een iets andere manier mee om.
‘Ik zal maar eens gaan.’ zegt de Hagenees maar blijft gewoon zitten waar hij zit. Na een minuut of tien legt hij een sjaal om zijn nek. Vervolgens wordt er een onderwerp aangesneden waar de Hagenees óók een mening over heeft. Na twintig minuten staat de Hagenees op en laat zijn armen in de mouwen van de jas glijden. Het onderwerp van gesprek gaat door óf er wordt een ander onderwerp aangesneden. Na een half uurtje wordt er betaald maar moet de Hagenees zich toch nog even bemoeien met het onderwerp van gesprek. Na uiteindelijk een drie kwartier, een smsje, een handje schudden omdat er iemand voorbij liep die de persoon kent, een w.c bezoek, nog een babbeltje met iemand, loopt de Hagenees naar de voordeur. Je zou dénken dat de Hagenees dan naar zijn fiets loopt, slot eraf haalt en op zijn fiets springt. …
photo CC made by: Maurits Burgers.